Positionpaper

Samenwerking burgerenergiecoöperaties en lokale overheden

ODE Decentraal, 4 november 2016

Preambule
Definitie burgerenergiecoöperatie
Samenwerking met de gemeente
De gemeente schept randvoorwaarden
De energiecoöperatie schept randvoorwaarden
Voorwaarden aan samenwerking tussen beide partijen
Coöperaties werken samen
Coöperaties zijn autonoom
Uitvoering van samenwerking

Preambule

Door de maatschappelijke kracht en draagkracht van burgers en hun organisaties (energieke samenleving) kan de energietransitie versnellen. Burgers en hun organisaties spreken andere burgers aan en vergroten de acceptatie van noodzakelijke en wenselijke verandering. Het Energieakkoord, met de gemeenten, provincies, waterschappen en ODE Decentraal als mede-ondertekenaar, erkent ook deze noodzaak: “Het Energieakkoord wil burgers en bedrijven meer mogelijkheden geven om zelf energie op te wekken. Lokale en regionale coöperaties worden, waar nodig en mogelijk, ondersteund door gemeenten, provincies en de rijksoverheid.”

  • Gemeente, provincies, waterschappen en burger-energiecoöperaties zijn natuurlijke partners omdat zij dezelfde stakeholders hebben en gelijksoortig zijn georganiseerd, namelijk als burgers in een democratische organisatie.
  • De burger zal de energietransitie voor een groot deel zelf betalen, als belastingbetaler, als consument en als aangeslotene van het elektriciteits- en gasnetwerk.
  • ODE Decentraal ziet hernieuwbare energiebronnen als een gemeenschappelijk goed, en vindt dat het gebruik van deze bronnen gedemocratiseerd, en de kosten en rendementen gezamenlijk gedeeld moeten worden.
  • Een gedecentraliseerde, gedemocratiseerde energietransitie met rendement voor iedereen levert een forse bijdrage aan de lokale economie en de weerbaarheid van de lokale samenleving
  • Een lokaal zelforganiserende energiecoöperatie waarin de burger de mogelijkheid krijgt om zelf aan de slag te gaan met de ontwikkeling van hernieuwbare energie kan een vliegwiel zijn voor verdere verduurzaming van de lokale omgeving.

Definitie burgerenergiecoöperatie

Groep burgers die tot doel heeft voor zichzelf en andere coöperaties energie op te wekken en die zich bezighoudt met de instandhouding van een zo efficiënt mogelijk, betaalbaar en betrouwbaar hernieuwbaar energiesysteem. Voorwaarde aan de groep is dat zij een organisatievorm heeft, met bij voorkeur de coöperatie als rechtspersoon, zodat duidelijk is wie aanspreekbaar is.
Een tweede voorwaarde is dat zij haar activiteiten openstelt voor andere burgers en zich democratisch organiseert. 
Deelname van of ondersteuning door (kleine) bedrijven is geen bezwaar mits de besluitvorming bij de betrokken burgers ligt. Een coöperatie voldoet aan de zeven coöperatieve ICA-principes.

Samenwerking met de gemeente

Hoewel de drie decentrale overheden, waterschap, provincie en gemeente, voor het werk in de energietransitie met de energiecoöperaties veel taken delen, vormen gemeente en energiecoöperatie de belangrijkste spil in de samenwerking. Daarom geven we specifiek aandacht aan de afspraken die bijdragen aan een optimale samenwerking tussen de burger-energiecoöperatie en gemeente. Daar waar een regionaal/provinciaal verband van energiecoöperaties bestaat kunnen vergelijkbare afspraken gemaakt worden met waterschappen en provincies.

  • De gemeente en de energiecoöperatie leggen de gemeenschappelijke doelen, werkwijzen en overlegvormen vast in een overeenkomst. Doel hiervan is om een kader te hebben waarbinnen elkaars inspanningen kunnen worden getoetst, met daarin randvoorwaarden en afspraken over het traject en eventuele samenwerking met derden.
  • De gemeente zal de coöperaties betrekken bij haar beleid aangaande energie, besparing en opwekking, voor zowel de gemeente zelf (gebouwen, personeel) als voor haar burgers en bedrijven.

De gemeente schept randvoorwaarden

De gemeente onderkent het belang van samenwerking met plaatselijke energiecoöperaties, door dit op te nemen in haar beleid. In het beleid creëert de gemeente worden de volgende randvoorwaarden:

Randvoorwaarde I
Lokaal coöperatief eigendom 

Ontwikkeling van hernieuwbare energie door een lokale burgercoöperatie betekent direct eigendom van de energiecoöperatie in het wind-en zonnepark. Ook bij het onderwerp energiebesparing kunnen energiecoöperaties een belangrijke rol spelen. Energieprojecten kunnen worden getoetst aan dit beleid. Zo dient de gemeenteraad vast te stellen dat zij, bij zonne- en windprojecten, slechts planologische medewerking verleent aan die initiatieven waarin het energiepark voor een substantieel deel direct ontwikkeld en in eigendom is van een coöperatie waarvan het lidmaatschap open staat voor alle lokale burgers en ondernemers. Een dergelijk raadsbesluit geeft de burger in het proces een verzekerde positie en ruimtelijk- en aanbestedingsbeleid. Elke initiatiefnemer moet dan immers de coöperatie van burgers als medeontwikkelaar accommoderen in haar plannen om planologische medewerking te verkrijgen. Het versterkt de mogelijkheid dat energiebesparingsprojecten van, voor én door burgers, in nauwe samenwerking met bedrijfsleven en overheid, versneld rendement opleveren.

Randvoorwaarde II
Projectregie

De regie-rol van de gemeente: De gemeente speelt een rol door de regie te nemen waardoor alle partijen bij zon-, wind en andere energieprojecten goed te laten samenwerken en géén individuele alleengang van een grondeigenaar of een projectontwikkelaar toe te staan. Toepassing van deze twee principes door de gemeente biedt de (bestuurlijke) voorwaarde voor een aanpak, waarin burgers en de belangen van de omgeving een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en exploitatie van coöperatieve energie-installaties en communicatie, voorlichting en andere stimuli op het gebied van (lokale) energiebesparing.

Energiecoöperatie schept randvoorwaarden

De energiecoöperatie zal een professionele, betrouwbare partner zijn voor de gemeente. De ontwikkeling van hernieuwbare energie is een zeer kennis- en kapitaalintensief proces. Om de betrouwbaarheid te kunnen garanderen moet de benodigde kennis en kapitaal aanwezig zijn binnen de energiecoöperatie om professioneel tot uitvoering van de gemeenschappelijke beleidsplannen te komen.
Daar kan de energiecoöperatie voor zorgen door:

  • Kennis en kapitaal op te halen bij haar leden;
  • Een samenwerkingsverband aan te gaan met andere, meer kapitaalkrachtige energiecoöperaties;
  • Lid te zijn van ODE Decentraal als haar belangenbehartiger én actief te participeren in regionale, provinciale en landelijke kennisnetwerken van de energiecoöperaties;
  • Een samenwerkingsverband aan te gaan met een externe partij, waarbij zowel gemeente als energiecoöperatie zorg dragen dat de (economische) waarde van het project niet door deze externe partij wordt onttrokken aan het gebied.

Voorwaarden aan samenwerking tussen beide partijen

  • De gemeente spant zich in om de activiteiten van de energiecoöperaties te ondersteunen.
  • De energiecoöperatie spant zich in om draagvlak te creëren voor de gezamenlijk opgestelde hernieuwbare energiedoelstellingen van de gemeente onder (nog) niet participerende burgers.
  • Wanneer de gemeente de energiecoöperatie een blijvende substantiële rol geeft in het uitvoeren van haar beleid zonder dat hier een gezonde business case aan ten grondslag ligt, zoals bij het energiezuiniger maken van de bestaande particuliere woningvoorraad, zullen gemeente en energiecoöperatie er gezamenlijk naar streven dat hier een redelijke vergoeding tegenover staat.
  • Vanwege het beperkte werkgebied van een lokale energiecoöperatie en haar onmogelijkheid om haar risico te spreiden over meerdere projecten, zal - indien een door de gemeente geïnitieerd plan niet door kan gaan – een energiecoöperatie worden gecompenseerd voor de in de voorbereiding gemaakte kosten. Tegelijk zal de energiecoöperatie zich inspannen voor het gebruik van mogelijkheden om projecten te bundelen en gebruik te maken van regionale en landelijke financieringsmogelijkheden die afdekking van dergelijke risico’s faciliteren.

Coöperaties werken samen

Wanneer er meerdere energiecoöperaties zijn in een regio, zullen deze onderling samenwerken zoals goede coöperaties betaamd (principe 6 van de ICA: coöperaties werken samen) en zullen ze elkaar versterken. De burger-energiecoöperaties zullen geen concurrerende claims leggen op hun geborgde positie.

Coöperaties zijn autonoom

Coöperaties zijn autonome, zelfredzame organisaties onder toezicht van de leden. Als ze overeenkomsten aangaan met andere organisaties en/of met overheden, of als ze extern kapitaal aantrekken, doen ze dat op een dusdanige manier dat de democratische controle van de leden en de autonomie van de coöperatie gewaarborgd is.

  • De gemeente zullen deze autonomie niet aantasten.
  • De energiecoöperatie zal haar autonomie waarborgen door geen samenwerkingsverbanden aan te gaan met externen die haar autonomie aantasten.

Uitvoering van samenwerking

  • De energiecoöperatie en gemeente spreken een werkvorm (een werk- of stuurgroep bijvoorbeeld) af voor de uitvoering van de plannen en de gemeente wijst een of meerdere ambtenaren aan als contactpersoon voor energiecoöperaties.
  • De gemeente overlegt op reguliere basis met de energiecoöperaties over zaken die rechtstreeks betrekking hebben op hun activiteiten.
  • Indien een gemeente initiator is van een hernieuwbaar energieproject betrekt zij de energiecoöperatie in een vroeg stadium bij de ontwikkeling ervan.
  • In de uitvoering van wet- en regelgeving (zoals ruimtelijk- en aanbestedingsbeleid) waarborgt de gemeente dat afspraken ook een bestuursrechtelijke basis hebben.
  • De gemeente kan de daken van het eigen vastgoed ter beschikking stellen aan een coöperatie voor collectieve PV-installaties.
  • De gemeente kan energiecoöperaties ondersteunen door het beschikbaar stellen van middelen in natura, zoals vergaderruimte, mediakanalen (gemeentepagina) e.d.
  • De gemeente faciliteert de energiecoöperatie zo nodig door middel van subsidies, garanties en revolverende middelen.