Ambitiedocument Nederland van het aardgas af

Lokale energiecoöperaties geven stevige impuls aan energietransitie in Nederland

Een oproep voor steun van politiek en overheid

Datum: 26 april 2017

De Groningse aardbevingsproblematiek heeft een groot gevoel van urgentie gecreëerd; Nederland kan niet langer rekenen op eigen aardgas. De beweging van lokale energie coöperaties, verenigd in ODE, de Organisatie voor Duurzame Energie[1], zegt daarom: “Nederland kan de aardgaskraan dichtdraaien, en wij helpen dat het goed gaat”.

De energietransitie moet sneller, en dit kan sneller als lokale betrokkenheid gegarandeerd is. In elk stad en dorp en in elke wijk is een eigen proces noodzakelijk. Een proces van energie besparen en van opwekken van duurzame energie. Een proces waarin samen met de bewoners bedacht wordt wat de beste optie is voor verwarming van het dorp of de wijk en het voorzien in de behoefte aan schone elektriciteit. Dat vereist sterke lokale betrokkenheid. De lokale energiecoöperaties garanderen die betrokkenheid. De energiecoöperaties zeggen daarom: wij helpen de energietransitie versnellen!

In deze oproep aan de formateur geven we onze reële ambities weer en vertalen deze naar de wijze waarop die via beleid en ondersteuning gefaciliteerd kan worden. Graag zien we deze voorstellen in de formatie en in het op te stellen regeerakkoord opgenomen worden.

1. De ambities van de lokale energiecoöperaties in Nederland[2]

Onze ambitie, ofwel ons toekomstbeeld dat we voor ogen hebben, is dat de coöperatieve energiebeweging in Nederland in 2025 een niet weg te denken factor is in het nationale en lokale energiesysteem. Het aantal coöperaties en het ledenaantal van die coöperaties groeit stormachtig, van 50.000 in 2016 naar 1 miljoen in 2025. Dit gaat gepaard met een even stormachtige groei van de productie van duurzame energie: van 300 miljoen kWh (1 PJ) in 2016 naar 6 miljard kWh in 2025 (20 PJ). Dat gebeurt door duurzame opwekking uit zon, wind en warmte.

  • De helft hiervan wordt opgewekt met zon PV. Tot aan 2025 plaatsen lokale coöperaties 10 miljoen zonnepanelen op daken, in zonnevelden en langs rijkswegen. De andere helft realiseren zij met windprojecten, meest op land. Energiecoöperaties participeren ook in wind-op-zee-projecten. Tot 2025 ontwikkelen de energiecoöperaties ten minste 1150 MW opgesteld vermogen wind op land (230 windturbines van 5 MW).
  • De energiecoöperaties nemen de koppositie in bij de uitrol van duurzame warmte. Van hun leden stappen er ten minste 200.000 over naar duurzame warmte, hetzij via buurtwarmtenetten en collectieve warmtebronnen, hetzij via bevorderen van individuele duurzame warmtesystemen in particuliere woningen. Dit levert een energiebesparing op van 1,5 miljard kWh (5,4 PJ).

Met deze inspanningen geeft de coöperatieve energiebeweging een krachtige impuls aan de versnelling van de energietransitie in Nederland. Ook al is het aandeel van de coöperaties in het totaal van de duurzame energieproductie op dit moment nog bescheiden (met een kleine 10 procent), de versnelling met zon, wind en warmte die vanaf nu in Nederland te zien zal zijn kan grotendeels aan de coöperaties worden toegeschreven. De helft van alle zonprojecten is dan in eigendom van duurzame energiecoöperaties, van de windprojecten wordt dat 20 procent.

Dit is nog maar het begin, na 2025 kan de coöperatieve energiebeweging vanuit een solide basis met kracht doorgroeien.

2. Wat hebben de lokale energiecoöperaties nodig om deze ambities te realiseren?

1. Om urgentiebesef te voeden pleiten we voor een gerichte, krachtige campagne, mede via energiecoöperaties:

  • om het besef van urgentie van de energietransitie onder de aandacht te brengen;
  • om de toegevoegde waarde die lokale energiecoöperaties bieden onder de aandacht brengen.

2. Om het niveau van kennis en innovatie te versterken pleiten we voor:

  • Versterking van HIER Opgewekt voor de ondersteuning bij kennisontwikkeling en -deling tussen energiecoöperaties, met als doel het innovatie- en implementatievermogen van energiecoöperaties te vergroten;
  • Bredere innovatie- en experimenteerruimte: minimaal het toepassen van de EU-richtlijnen met betrekking tot experimenteerregelingen;
  • Onderzoeks- en proefprojecten gericht op eigen netbeheer voor lokale distributie en smart grids voor warmte en elektriciteit.

3. Om het benodigde kapitaal te verkrijgen om de energietransitie via de lokale energiecoöperaties te versterken en te versnellen, pleiten we voor:

  • Een ontwikkelmechanisme dat investeert in energiecoöperaties in de risicovolle ontwikkelfase, gericht op windenergie, zonne-energie, warmte en energiebesparing. Reserveer minimaal 5 miljoen voor de start van het ontwikkelmechanisme met als doel om naar een revolverend fonds van 500 miljoen euro te groeien;
  • Aparte ondersteuningsregeling voor lokale warmteprojecten in de bestaande bouw waar bewoners zelf de uitvoering willen doen met steun van ‘hun’ energiecoöperatie;
  • Opzetten van een nationaal waarborgfonds om de toegang tot vreemd vermogen vergroten voor lokale energiecoöperaties. Hiermee wordt lokale energieopwekking door burgers erkent als een publiek te faciliteren taak;
  • Verbeterde toegang tot innovatiesubsidies., bijvoorbeeld via (financiële) ondersteuning van aanvragen van EU-projecten of projecten onder TKI in Nederland.
  • Een regeling voor exploitatiesubsidie voor projecten van lokale energiecoöperaties.

4. Om de energiecoöperaties een serieuze rol in de lokale en regionale energietransitie te geven, pleiten we voor ondersteuning van de organisatieontwikkeling van deze coöperaties, via:

  • Opzetten van een kwaliteitssysteem voor energiecoöperaties, samen met de lokale duurzame energiesector, teneinde wildgroei en goedbedoeld amateurisme te voorkomen en het risico op commercieel misbruik in te perken.
  • Ondersteunen van (samenwerkende) coöperaties bij het versterken van hun governance, ICT en administratieve processen.

5. Om de levering van duurzaam en lokaal opgewekte energie te bevorderen, pleiten we ervoor:

  • Bij aanbestedingstrajecten voor inkoop van groene energie door overheden voorrang voor coöperatieve energielevering (gunningscriterium).
  • Coöperatieve lokale energieleveranciers te ondersteunen met garanties (met name bij inkoop van gas).

6. De versterkte rol van energiecoöperaties vergt een heldere vertegenwoordiging bij de overheid en in de regelgeving. Hiertoe pleiten we voor:

  • Deelname van de energiecoöperaties in een Energiecommissariaat (zoals de Deltacommissie) die boven de partijen de regie neemt over de energietransitie voor een langere periode (over regeerperiodes heen);
  • Departement ter bevordering van de Energie Democratie onder een Ministerie van Klimaat of een gecombineerd departement onder Economische Zaken, Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken;
  • Nieuwe aanpak voor wind op land, bij voorkeur via windprojecten en grote zonprojecten waarbij energiecoöperaties een serieuze rol spelen.
  • Gemeenten/overheden met eigen grondposities moeten deze in eerste instantie openstellen voor coöperatieve ontwikkeling. Ook wanneer zij zelf geen grondeigenaar zijn, dienen gemeenten meer mogelijkheden te krijgen om de voorkeur voor lokale coöperatieve ontwikkeling af te dwingen.
  • Instellen van een ondergrens voor burgerparticipatie bij wind op zee-tenders: minimaal 25 procent in eigendom van burgers in Nederland;
  • Invoeren van energiebestemmingsplannen en gekwalificeerde energiecoöperaties aanmerken als officiële stakeholder hiervan;
  • Verbinden van de energietransitie aan de Omgevingswet: energie op land integraal en participatief uitwerken binnen de Omgevingsvisie. Gekwalificeerde energiecoöperaties aanmerken als officiële stakeholder hiervan;
  • Versterking van de rol van energiecoöperaties in het beleidsoverleg, waaronder:
    • Structureel overleg met het Ministerie van Financiën over de Regeling Verlaagd Tarief, met als doel: snellere medewerking van de Rijksoverheid om de regeling te verbeteren en verbreden;
    • Structureel overleg met de AFM en een heldere regelgeving binnen de Wet Financieel Toezicht over het coöperatieve model.

3. Het klimaat voor onze kinderen en kleinkinderen: nu een stevige, coöperatieve basis leggen

Met onze ambitie voor de komende regeerperiode en met de versterkte positie van energiecoöperaties in de nationale en vooral lokale energietransitie, dragen burgers bij aan een klimaat en een eerlijkere economie waarin onze kinderen en kleinkinderen gezond, veilig en met elkaar kunnen leven. De tijd dringt, en vraagt nu, met het opstellen van het nieuwe regeerakkoord, duidelijke stappen. We hopen dat de voorstellen in deze notitie daar een heldere plek in krijgen.

 

[1] ODE Decentraal is de landelijke Organisatie voor Duurzame Energie, en verenigt 69 energiecoöperaties en regionale koepels, individuele leden en andere organisaties, en bij elkaar meer dan 50.000 aangesloten burgers.

[2] Deze ambitie is opgesteld in samenwerking met en nagerekend door DRIFT (Dutch Research Institute for Transitions) Erasmus University Rotterdam. Voor onderbouwing zie: Notitie Ambitieniveau Energiedialoog, Matthijs Hisschemöller, DRIFT Januari 2017.