Ambitiedocument Nederland van het aardgas af

Lokale energiecoöperaties helpen Nederland van het aardgas af

Ambitiedocument

De beweging van lokale energie coöperaties zegt: “Nederland kan de aardgaskraan dichtdraaien, en wij helpen dat het goed gaat”. De Groningse aardbevingsproblematiek heeft eindelijk een groot gevoel van urgentie gecreëerd, Nederland kan niet langer rekenen op eigen aardgas.
De aardgaskraan kan snel dicht als lokale betrokkenheid gegarandeerd is. In elk dorp en in elke wijk is een eigen proces noodzakelijk. Een proces van energie besparen en opwekken van voldoende duurzame energie, een proces waarin samen met de bewoners bedacht wordt wat de beste optie is voor verwarming van dat dorp of wijk. Dat vereist sterke lokale betrokkenheid. De lokale energie coöperaties garanderen die betrokkenheid. Daarom zeggen wij: Wij helpen mee Nederland van het aardgas af te krijgen.

 

Niet weg te denken factor

Onze ambitie is dat in 2025 is de coöperatieve energiebeweging in NL een niet weg te denken factor in het energiesysteem. Het ledenaantal van de gezamenlijke coöperaties is stormachtig gegroeid van 50.000 in 2016 naar 1 miljoen anno 2025. Dit is gepaard gegaan met een even stormachtige groei van de productie van duurzame energie, van 300 miljoen kWh (1 PJ) in 2016 naar 6 miljard kWh in 2025, (20 PJ). De helft hiervan wordt opgewekt met zon PV. De afgelopen jaren hebben lokale coöperaties 10 miljoen zonnepanelen geplaatst op daken, zonnevelden en langs rijkswegen. De andere helft is gerealiseerd met windprojecten, meest op land, maar energiecoöperaties participeren ook in wind-op-zee-projecten. In 2025 is er ten minste 1150 MW opgesteld vermogen (230 windturbines van 5 MW) bijgeplaatst door de energiecoöperaties.

Met haar inspanningen heeft de coöperatieve energiebeweging een boost gegeven aan de versnelling van de energietransitie in Nederland. Zij heeft de kop genomen bij de uitrol van duurzame warmte. Van hun leden zijn er ten minste 200.000 overgestapt naar duurzame warmte, hetzij via buurtwarmtenetten hetzij via individuele systemen in particuliere woningen. Dit levert een energiebesparing op van 1,5 miljard kWh (5,4 PJ).

Ook al is het aandeel van de coöperaties in het totaal van de duurzame energieproductie nog bescheiden, een kleine 10%, de versnelling met zon en wind die de laatste vijf jaar in NL te zien is kan geheel aan de coöperaties worden toegeschreven. Van de zonprojecten is 50% coöperatief, van de windprojecten 20%. Met deze solide basis kan is de coöperatieve energiebeweging met kracht doorgroeien.

 

Lokale energiecoöperaties helpen mee Nederland van het aardgas af te krijgen

Nederland heeft een prachtige tijd beleefd met aardgas als bron voor onze verwarming en onze kookkunsten. Het afgelopen jaar is het besef breed doorgedrongen dat we snel, heel snel, zullen omschakelen naar verwarmings- en kooksystemen zonder aardgas. Of we dit nu nodig vinden vanwege de klimaatproblematiek, of omdat de veiligheid van de Groningers ons na aan het hart gaat en we niet te afhankelijk willen worden van Russisch gas, maakt voor de opgave niet uit: Nederland staat een grote verandering te wachten. De aardgastransitie moet op lokaal niveau ingevuld worden met een actieve betrokkenheid van bewoners. Daarom moet de regie op lokaal niveau liggen.

Wij, de coöperatieve duurzame energiecoöperaties, helpen mee Nederland van het aardgas af te krijgen. Brede en vergaande betrokkenheid van de bevolking is een succesvoorwaarde voor deze transitie. Wij mobiliseren die betrokkenheid en inzet van de bewoners. Wij bewaken het efficiënt gebruik van gemeenschapsmiddelen,. Wij staan voor het lokale belang om lokaal aanwezige bronnen, kennis en kapitaal in deze aardgastransitie ook werkelijk te laten renderen voor de gemeenschap. Wij zijn in staat de belangen van de bewoners gelijk te laten lopen met die van alle andere spelers.

Wij garanderen geen probleemloos, rimpelloos proces. Weerstand is onvermijdelijk. Vanuit onze positie in de samenleving zijn wij in staat die weerstand te adresseren. En we weten dat we, als relatief jonge en sterk groeiende beweging, veel belemmeringen moeten overwinnen, in bewonersprocessen, in besluitvorming en governance, in techniek én in financieel instrumentarium. Maar ook in onze eigen capaciteit, professionaliteit en kracht.

 

Sleutelrol van de lokale energiecoöperaties

De aardgastransitie betekent keuzes maken voor verschillende vormen van duurzame warmte = de warmtetransitie. Maar ook breder betekent dit dat veel meer wind- en zonne-energie nodig is, en heel veel gedaan moet worden aan energiebesparing.
Een warmtetransitie die van bovenaf wordt opgelegd is gedoemd te verzanden in een strijd met mondige bewoners die:

  • invloed willen op het proces;
  • een stem willen in de keuzes die worden gemaakt;
  • mee willen sturen en mede zeggenschap willen over de nieuwe warmtebronnen.

Wij zien de warmtetransitie slagen als het proces op lokaal niveau wordt ingevuld, en als de betrokkenheid van burgers vanuit lokale energiecoöperaties vorm krijgt. Voor gemeenten, netbeheerders en andere lokale spelers (zoals woningbouw, maatschappelijke organisaties) zijn de lokale energiecoöperaties onmisbare partners in de warmtetransitie.

De lokale energiecoöperatie is als lokale speler onmisbaar om de volgende redenen:

Lokale schaal: Lokale energiecoöperaties zijn lokaal ingebed en werken op lokale schaal. Hiermee is er makkelijker contact met de eindgebruikers en is er een duidelijk aanspreekbare organisatie tijdens de ontwikkeling en de nazorg.

Delen van kennis: Lokale energiecoöperaties werken op basis van samenwerking met andere coöperaties. Kennis wordt onderling vrijelijk gedeeld. In een transitie waar veel geleerd moet worden in dit onmisbaar om diensten te verbeteren.

Lokaal netwerk van lokale actoren: De lokale energiecoöperatie kan het platform zijn dat lokale actoren, zoals als scholen en woningbouwcorporaties, samen brengt. Hun leden werken of wonen in de lokale omgeving. Dit brengt een direct netwerk van stakeholders die nodig zijn in de warmtetransitie met zich mee.

Vertrouwen en gelijke belangen: Een lokale energiecoöperatie dient het stoffelijke belang van haar leden. De leden hebben er belang bij dat de lokaal beschikbare bronnen, kennis en kapitaal zo goed mogelijk worden gebruikt, en welvaart en welzijn opleveren voor de gemeenschap. Dit wekt meer vertrouwen dan een externe partij die vooral belang heeft bij het scheppen van aandeelhouderswaarde voor externe financiers.

We zien in de warmtetransitie een aantal cruciale processtappen:

  1. Urgentiebesef kweken: De warmtetransitie is een proces dat begint in het hoofd. Bewoners moeten begrijpen dat aardgas eindig is, en als bron van verwarming en koken snel afgebouwd wordt. De bewoners moeten bijtijds weten wanneer het ophoudt, want dan kunnen zij zich daarop in gaan stellen. De boodschappers daarvan zijn in volgorde: de rijksoverheid (stip op de horizon), de netbeheerder (vervangingsmoment gasnetten), gemeente (link met vervangingsmoment riool en straten), energiecoöperaties (aanbieden belangenbehartiging bewoners, informatie over alternatieven, aanbod gezamenlijk/coöperatief eigendom .
     
  2. Geïnformeerd kiezen: De tweede stap is het keuzeproces van het meest wenselijke alternatief. In deze tijd moeten bewoners de mogelijkheid krijgen om in dat keuze proces actief te participeren. De lokale energiecoöperaties hebben in dit keuzeproces een rol in het mobiliseren van bewoners en het borgen van kwaliteit van informatie en proces, zodat vertrouwen ontstaat. Het proces van beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming zal geheel transparant moeten zijn. Dit is van belang voor bewoners die wel, maar ook voor hen die geen gebruik maken van de mogelijkheid om actief te participeren. Zij moeten vertrouwen kunnen stellen in het keuzeproces en in het resultaat. Om de betrokkenheid van bewoners in de besluitvorming te vergroten, kunnen er per dorp, wijk of stadsdeel voorstellen ontwikkeld worden waarover men zijn stem kan laten horen.. Het resultaat is dat de warmtekeuze wordt vastgelegd in een energiebestemmingsplan.
     
  3. Concreet gasloos toekomstbeeld: De derde stap is een persoonlijk toekomstbeeld, met een beperkt aantal varianten, zodat voor de bewoners zichtbaar en beleefbaar is wat die keuze precies voor hen individueel gaat betekenen. De lokale energiecoöperaties kunnen in deze fase met opgeleide energiecoaches uit de lokale bevolking, dichtbij de bewoners komen. Per woningtype is er ook een stuk technische en bouwkundige kennis nodig, dat door opgeleide energie-adviseurs opgepakt wordt. Aangezien woningisolatie en andere energiebesparende maatregelen deel zullen uitmaken van de keuze, kan dat per woningtype tot een ander toekomstbeeld leiden. Deze stap biedt mogelijkheden voor slimme koppelingen met andere woonwensen, en voor lokaal maatwerk in het energiesysteem als geheel. Het resultaat is dat de woningen na de geplande ingreep klaar zijn voor de toekomst. Ze sluit aan bij de stappen die coöperatieve energiebedrijven nemen om kwalitatief sterke advisering te bieden en de samenwerking met het installerend/bouwend bedrijfsleven vorm te geven.
     
  4. Financiering helder maken: De vierde stap is de financiering van de warmtetransitie. Het is duidelijk dat het om aanzienlijke sommen zal gaan die in de meeste gevallen niet geheel door de bewoners zelf gefinancierd kunnen worden. De evidente financieringsbron is pensioenvermogen, dat dringend zoekt naar een goede bestemming in de reële economie in Nederland. De investeringen kunnen worden terugverdiend over een lange looptijd uit de energierekeningen. Die betekenen voor de gepensioneerden een zekere cash flow, en daarmee een zeker pensioen.
     
  5. Effectieve uitvoering: De vijfde stap is het aanbod op woningniveau. De ingenieursbureaus en de bouw- en installatiesector krijgen heel erg veel werk. Er zullen voldoende opgeleide vakmensen moeten zijn om de bewoners op basis van het persoonlijke toekomstbeeld een offerte te bieden, en die vervolgens ook volgens hoge kwaliteitsstandaarden uit te voeren. Het betekent ook veel werk voor opleidingsinstituten. Veel werk betekent ook extra koopkracht voor de mensen die hierin hun baan hebben. Lokale energiecoöperaties hebben in deze stap de rol om de bewonerswensen te organiseren en te behartigen, in nieuwe vormen van collectief particulier opdrachtgeverschap. Dit naar analogie van de rol die woningbouwcorporaties in de huursector spelen. Het uitwerken van betrouwbare businesscases, bijvoorbeeld in de vorm van energiedienstenbedrijven, met borging in kwaliteit, financieel beheer, governance én revolverende rendementen naar de samenleving, vraagt een grote betrokkenheid van de energiecoöperaties.
     
  6. Gebiedsgerichte warmteontwikkeling: De zesde stap is de ontwikkeling en exploitatie van de energievoorziening op gebiedsniveau. De energievoorziening van de toekomst zal duurzaam zijn en voor een belangrijk deel komen uit lokale bronnen, in eigendom van bewoners zelf en van lokale energiecoöperaties. Deze lokale energiecoöperaties zullen in de ontwikkeling en exploitatie van lokale energie-infrastructuren een rol van betekenis gaan spelen. Ze staan onder democratische controle van de bewoners in dat gebied, en winsten uit de coöperatieve activiteiten zullen weer terugvloeien naar het eigen woongebied.
     
  7. Op naar slim energiemanagement: De zevende stap is slim gebruik van energie. Door de sterke toename van wind en zon in de energiemix, wordt van gebruikers gevraagd om zich aan te passen aan de pieken en dalen in de energievoorziening. Dat kan door ontwikkelingen in de ICT en door de toenemende mogelijkheden om grote datastromen te verwerken. In de verdienmodellen van de toekomst is de waarde van energiestromen steeds meer gelijkwaardig aan die van datastromen. Je kunt als gebruiker geld verdienen of besparen door op het goede moment energie te gebruiken. Lokale energiecoöperaties bereiden de gebruikers op deze toekomst voor, en energiecoaches gaan bewoners helpen om de energie slim te gebruiken.