Nieuws

Opinie: Aandelen Eneco: van publieke aandeelhouders in handen van het publiek

Siward Zomer
31 augustus 2017

Deze zomer werd duidelijk dat de colleges van Rotterdam en Den Haag hun aandelen Eneco willen verkopen. Ook het gemeentebestuur van Dordrecht wil nu de aandelen verkopen. De gemeenteraden moeten nog akkoord gaan. Als dat het geval is, dan komt er een pakket Eneco aandelen op de markt van 57 procent. Dat zet de deur open voor een nieuwe eigenaar en dat kan, net als bij Essent en Nuon het geval was, betekenen dat het oer-Hollandse, duurzame energiebedrijf in buitenlandse handen komt. ODE Decentraal directeur Siward Zomer vindt het een slecht idee dat gemeenten hun aandelen in dit duurzame bedrijf verkopen. Maar als het dan toch moet, laat het dan in publieke handen komen: in handen van de coöperaties.

Energiecoöperaties in Europa vertegenwoordigen een groep van zo’n 600.000 burgers en zij willen de aandelen van Eneco kopen. Laat ik beginnen met te stellen dat het verkopen van aandelen van Eneco door gemeenten geen verstandige keus is. Hier pleit ik dan ook niet voor!

Maar als de publieke handen zich terugtrekken laat de onderneming dan in bezit komen van het publiek. Verkoop de aandelen aan de burgers van Nederland en de andere landen in Europa waar Eneco actief is.

Aandelen behouden
Allereerst een pleidooi om gewoon de aandelen te behouden.
Verschillende gemeenten en provincies hebben in 2009 een mooie financiële klapper gemaakt met de verkoop van de aandelen van Nuon en Essent. Dat lijkt echter maar zo, want ze moeten datzelfde geld nu weer gebruiken om de energietransitie in hun gemeente of provincie van de grond te krijgen. Nuon en Essent hebben hun belangen nu vooral in Zweden en Duitsland liggen. Het maatschappelijk belang voor een versnelde energietransitie in Nederland komt voor hen niet op de eerste plaats.

Buitenlandse aandeelhouders
Het aansturen van deze energiereuzen kan dus nu alleen met financiële tegemoetkoming. Het sluiten van hun kolencentrales in Nederland kan bijvoorbeeld alleen onderhandeld worden met hun buitenlandse aandeelhouders. Die zullen voor die sluiting een zo hoog mogelijke prijs willen. Het besluit van Eneco om zich volledig te richten op duurzame energie werd acht jaar geleden na maatschappelijke druk, en vervolgens door aansturen van haar publieke aandeelhouders genomen. Deze keuze leek op dat moment in de ogen van andere markpartijen echter een economische misser.

Zeggenschap terug
De beweging van energiecoöperaties in Europa is een reactie op het verlies van deze invloed. De macht over ons energiesysteem is letterlijk, dankzij de liberalisering, verkocht aan anonieme buitenlandse investeerders. Burgers in heel Europa werken eraan om die zeggenschap weer terug te krijgen. Niet alleen om daarna de juiste beslissingen voor verduurzaming van het energiesysteem te nemen, maar ook om zeggenschap te hebben over de geldstromen die daar mee gepaard gaan. Zij willen een gedeelte van het geld, dat verdiend wordt met de productie en levering van energie, inzetten voor de verdere verduurzaming van hun leefomgeving. Dit in tegenstelling tot bedrijven, in handen van buitenlandse aandeelhouders, die de winst uit Nederland laten verdwijnen.

Grip op de energietransitie
Met andere woorden, indien je als gemeenten nog een beetje grip wilt houden over de energietransitie, behoud dan zeggenschap over een duurzaam energiebedrijf als Eneco. Willen gemeenten toch per se cashen, dan stel ik een andere optie voor: vanuit publieke handen in de handen van het publiek: burger aandeelhouderschap. Juist nu kan dit georganiseerd worden. Steeds meer burgers verenigen zich in energiecoöperaties. Op deze manier blijft het belang om de energietransitie te versnellen boven het belang van de winst op korte termijn, terwijl de gemeenten toch hun aandeel kunnen verzilveren.

Grote broek
Nu hoor ik u denken: dat is wel een hele grote broek voor die energiecoöperaties. Maar vergis u niet, de coöperatieve energiebeweging groeit met de dag. Er zijn nu 251 energiecoöperaties in Nederland. In Europa kunnen we daarnaast de energiecoöperaties organiseren die nu direct met Eneco te maken hebben. Dit zijn bijvoorbeeld Ecopower die met Eneco samenwerkt in windprojecten in België. Ecopower heeft zo’n 60.000 coöperanten die bereid zijn om te investeren. The Cooperative Energy met zo’n 300.000 leden heeft een direct samenwerkingsverband met Eneco en is onderdeel is van een gigantisch cooperatief netwerk in het Verenigd Koninkrijk. In Duitsland zijn coöperaties als Elektrizitätswerke Schönau met 150.000 klanten te mobiliseren om samen te werken met de onlangs aangekochte Duitse tak van Eneco. Allemaal organisaties van burgers die zeggenschap, duurzaamheid en versnelling van de energietransitie prefereren boven de verhoging van de winst.

Klanten en werknemenrs
Vergeet bovendien de 2,5 miljoen klanten van Eneco niet. Als energiecoöperaties zijn wij gewend dat onze klanten tegelijkertijd onze eigenaren en investeerders zijn. Ook daar zit dus nog een investeringspotentiëel van 2,5 miljoen Nederlandse burgers. Momenteel investeert een coöperatielid lid gemiddeld 1000 euro in zijn coöperatie. Alleen al daarmee kan de kostprijs van Eneco (2,7 miljard) al bijna worden opgehaald. Tenslotte zijn ook de werknemers potentiële investeerders. Ik ben nog geen werknemer tegen gekomen die niet trots is om te werken voor een duurzaam bedrijf als Eneco. In totaal kent het bedrijf zo’n 3000 werknemers die zeggenschap over hun eigen toekomst kunnen krijgen. Financiëel is het dus heel goed haalbaar.

Eerlijke prijs
Om de energietransitie te versnellen is zeggenschap nodig over het energiesysteem. Wanneer gemeenten er voor kiezen (of zo onverstandig zijn) om die zeggenschap op te geven, laten zij er dan voor zorgen dat die in goede handen komt: bij die burgers die de gemeentelijke energietransitie belangen delen. En niet in die van partijen die financieel rendement verkiezen boven verduurzaming. De coöperaties zijn bereid om daar een eerlijke prijs voor te betalen. Maatschappelijk gezien leveren zij dan de grootste winst voor de gemeenten.

Siward Zomer is bestuurder van REScoop.eu, de Europese federatie van energiecoöperaties, directeur van ODE Decentraal, de Nederlandse branchevereniging van energiecoöperaties, projectleider bij REScoopNL, de coöperatie van burger duurzame energiecoöperaties in Nederland, en voorzitter van De Windvogel.